AI-chatbots zoals ChatGPT, Copilot, Gemini en Claude zijn voor veel bedrijven inmiddels dagelijkse hulpmiddelen geworden. Ze helpen bij het schrijven van teksten, het analyseren van gegevens en zelfs bij het ontwikkelen van nieuwe technische oplossingen. Toch schuilt er een risico in het gebruik van dergelijke systemen tijdens de ontwikkeling van een uitvinding: het delen van vertrouwelijke technische informatie kan gevolgen hebben voor toekomstige octrooibescherming.
Voor innovatieve ondernemingen is het daarom belangrijk om goed na te denken over welke informatie wel en niet met een AI-systeem wordt gedeeld.
Nieuwheid is essentieel voor een octrooi
Om een octrooi te verkrijgen moet een uitvinding onder meer nieuw zijn. Dat betekent dat de uitvinding vóór de indieningsdatum van de octrooiaanvraag niet openbaar bekend mag zijn geworden.
Veel uitvinders weten dat publicatie in een wetenschappelijk artikel, een presentatie op een beurs of een verkoopbrochure de nieuwheid kan vernietigen. Minder bekend is dat ook het delen van informatie met digitale hulpmiddelen risico's kan opleveren, afhankelijk van de omstandigheden waaronder de informatie wordt verwerkt.
Wanneer wordt informatie openbaar?
Niet iedere invoer in een AI-chatbot leidt automatisch tot openbaarmaking. In veel gevallen behandelt de aanbieder gebruikersgegevens vertrouwelijk en worden gesprekken niet publiek toegankelijk gemaakt.
Het probleem is echter dat gebruikers vaak onvoldoende zicht hebben op:
- waar gegevens worden opgeslagen;
- wie toegang heeft tot de gegevens;
- hoe lang de gegevens worden bewaard;
- of de gegevens worden gebruikt voor verdere training van modellen;
- welke contractuele bescherming daadwerkelijk geldt.
Wanneer vertrouwelijke informatie buiten de exclusieve controle van de uitvinder terechtkomt, kan discussie ontstaan over de vraag of de geheimhouding voldoende gewaarborgd was.
Uitvinders geven vaak meer prijs dan zij denken
In de praktijk wordt een chatbot regelmatig gebruikt voor vragen zoals:
"Ik heb een sensor ontwikkeld die slijtage in lagers 30% nauwkeuriger voorspelt dan bestaande systemen. Kun je een octrooiaanvraag opstellen?"
Of:
"Hieronder staat mijn nieuwe algoritme voor medische beeldanalyse. Kun je beoordelen of dit inventief is?"
Met dergelijke prompts wordt vaak precies de informatie gedeeld die later de kern van een octrooiaanvraag zou moeten vormen.
Soms wordt niet alleen de technische oplossing ingevoerd, maar ook:
- prototypespecificaties;
- broncode;
- onderzoeksresultaten;
- testdata;
- bedrijfsstrategieën;
- nog niet gepubliceerde productplannen.
Daarmee ontstaat het risico dat waardevolle intellectuele eigendom buiten de organisatie terechtkomt.
Ook bedrijfsgeheimen kunnen verloren gaan
Zelfs als de nieuwheid van een uitvinding juridisch niet direct verloren gaat, kan een ander probleem ontstaan: verlies van bedrijfsgeheimen.
Bij intellectuele eigendom is vaak niet alleen van belang of informatie openbaar is geworden, maar ook of een onderneming kan aantonen dat zij redelijke maatregelen heeft genomen om bedrijfsgeheimen te beschermen.
Wanneer medewerkers zonder duidelijke richtlijnen gevoelige informatie invoeren in externe AI-systemen, kan dat de bescherming van bedrijfsgeheimen ondermijnen.
Hoe kunt u risico's beperken?
Voor bedrijven die actief innoveren zijn enkele praktische maatregelen aan te raden:
- Voer geen technische details van nog niet geoctrooieerde uitvindingen in publieke AI-chatbots in.
- Gebruik waar mogelijk een zakelijke omgeving met contractuele garanties over gegevensbescherming.
- Zorg voor een intern AI-beleid.
- Dien een octrooiaanvraag in voordat de uitvinding breed wordt gedeeld.
- Laat medewerkers herkennen welke informatie vertrouwelijk is.
- Bespreek nieuwe uitvindingen eerst met een octrooigemachtigde voordat AI-tools worden ingezet voor verdere uitwerking.
Conclusie
De combinatie van kunstmatige intelligentie en innovatie biedt enorme kansen, maar vraagt ook om voorzichtigheid. Het delen van details over een nieuwe uitvinding met een AI-chatbot kan risico's opleveren voor zowel de octrooieerbaarheid als de bescherming van bedrijfsgeheimen. Zolang niet volledig duidelijk is hoe vertrouwelijke informatie binnen AI-platforms wordt verwerkt en gebruikt, is terughoudendheid geboden.
Voor bedrijven die investeren in onderzoek en ontwikkeling blijft daarom één advies centraal staan: eerst beschermen, daarna bespreken.